Visualizzazione di tutti i 2 risultati

Het curieuze beroep van Jonathan Hoag

Jonathan Hoag dacht dat hij door de grond ging van ontzetting. Maar hij moest weten wat het was – die onverklaarbare smurrie die onder zijn nagels zat. ‘Wat is het dan, dokter? Zegt u het me alstublieft!’ Dokter Potbury nam hem van top tot teen op. ‘U hebt me een bepaalde vraag gesteld. Daar heb ik antwoord op gegeven. U hebt me niet gevraagd wat voor substantie het was; u hebt me gevraagd om te onderzoeken of het wel of geen bloed was. Het is geen bloed.’ ‘Maar… maar laat u mij die analyse dan eens zien!’ Hoag kwam half uit zijn stoel overeind en strekte zijn hand naar het papiertje uit. De dokter hield het buiten zijn bereik en scheurde het toen zorgvuldig in tweeën. Hij legde de stukjes op elkaar en scheurde ze doormidden, waarna hij hetzelfde nog eens deed. ‘Dit is toch …’ ‘Ga maar naar een andere dokter!’ schreeuwde Potbury. ‘En je geld kun je houden. Eruit! En kom hier alsjeblieft in godsnaam nooit meer!’

De geïllustreerde man

De geïllustreerde man had ik nooit eerder gezien. Ooit was hij een bezienswaardigheid geweest, een kermisattractie. Vijftig jaar geleden had een oude vrouw zijn lichaam geïllustreerd. Nee, niet getatoeëerd, maar geïllustreerd. Achttien schitterend gekleurde, gedetailleerde afbeeldingen; geniale miniaturen. Als je wachtte tot de avond viel, tot de zon achter de horizon was verdwenen, begonnen de illustraties op de huid op te gloeien en tot leven te komen. En als je de tijd nam, vertelde elke illustratie je een fragment van de toekomst. De man vervloekte zijn illustraties. Ze hadden een verstoteling, een zwerver van hem gemaakt. Want het rechter schouderblad was niet geïllustreerd; dat vertoonde slechts een warrige kleurenmassa. En daaruit vormde zich langzaam het toekomstbeeld dat één antwoord kon geven op alle vragen van de geïllustreerde man. Kón.